|
 |
Landschotse HeideDe Landschotse Heide, die zuidelijk aan de Kuikseindse Heide grenst, heeft een aantal grote vennen, waarvan de Keijenhurk het grootste is.
Het beschermde natuurmonument is niet groot (239 hectare) maar wel zeer gevarieerd. Zo treffen we er zowel natte heide (dopheide) als droge heide aan (struikheide). De runderen die er grazen zorgen ervoor dat de heideplanten niet worden overwoekerd door gras en struikgewas. Daarnaast worden er geregeld plaggen gestoken om het karakteristieke heidelandschap te behouden. De Landschotse Heide is een rijk vogelgebied waar onder meer de geelgors en roodborsttapuit, maar ook zeldzame soorten als de geoorde fuut en de zwarte stern hun broedplaatsen hebben. Plantenliefhebbers dienen vooral aan de zuidkant alert te zijn. Daar groeit onder meer witte - en bruine snavelbies, terwijl ook de geurige moerasbloem beenbreek hier nog te vinden is.
|













|