Oostelbeers, Westelbeers en Middelbeers
Oostelbeers, Westelbeers en Middelbeers danken hun naam aan de nabijheid van de Groote Beerze en de Kleine Beerze, twee riviertjes die van belang waren voor de landbouw en de watervoorziening. De geschiedenis van de drie plaatsjes gaat terug tot in de dertiende eeuw en heeft vooral een agrarisch karakter.
Gemakkelijk hadden de boeren het hier niet. De arme Kempische zandgronden noopten hen tot hard werken terwijl daar slechts een magere opbrengst tegenover stond. Verder lagen de dorpen ongunstig ten opzichte van de belangrijke verbindingswegen, zodat ze altijd betrekkelijk klein zijn gebleven. Tot 1997 vormden de drie Beerzen een zelfstandige gemeente, die in 1959 geschiedenis schreef door de eerste vrouwelijke burgemeester, Truus Smulders-Beliën, te installeren.


Oostelbeers
Op kerkelijk gebied was Oostelbeers lange tijd een vreemde eend in de bijt. Het dorp behoorde oorspronkelijk toe aan de abdij van Echternach, die het later liet overgaan aan de abdij van Tongerlo. Daardoor waren de monniken van Tongerlo verantwoordelijk voor de kerkelijke diensten in Oostelbeers, terwijl in de omringende dorpen het kapittel van Oirschot de scepter zwaaide. In bestuurlijk opzicht hebben Oostelbeers en Middelbeers echter altijd bij elkaar gehoord. In het dorp vinden we een eenzame kerktoren, het restant van de oude kerk uit de negentiende eeuw. Even buiten het dorp staat nog zo'n toren die een overblijfsel is van een nog veel oudere dorpskerk.
Westelbeers
Omdat Westelbeers nooit een zelfstandige parochie is geweest, ontbreekt hier de dorpskerk. Wel vinden we er een aardige Mariakapel uit 1637. Volgens de overlevering is dit een kopie van het eerste kapelletje van Scherpenheuvel, een Belgische bedevaartplaats die sinds de pestepidemieën van de 16e eeuw een grote populariteit genoot in de Brabantse Kempen. Het torentje in aangebracht in 1937 ter ere van het 300-jarig bestaan van de kapel.

Middelbeers
Middelbeers is de grootste van de drie Beerzen. Het belangrijkste monument is een 15e eeuws kerkje dat beschouwd wordt als één van de gaafste dorpskerken in de Brabantse Kempen. Het gebouw kent een bewogen geschiedenis. Zo mochten na de tachtigjarige oorlog, er op last van het protestantse landsbestuur in Holland, geen katholieke diensten meer gehouden worden. Dat zou duren tot de Franse tijd, zo'n anderhalve eeuw later. Begin 20ste eeuw moest het kerkje zijn functie afstaan aan een nieuwe, gritere dorpskerk. Daarop raakte het gebouwtje in verval tot in de jaren zestig, toen het erkend werd als rijksmonument en grandioos werd gerenoveerd. Tegenwoordig wordt het gebruikt voor huwelijken, doopdiensten en tentoonstellingen.
