|
 |
Restauratie St. PetruskerkOirschot is zuinig op zijn monumenten; en zeker als ze een religieuze achtergrond hebben. Maar als ze door natuur- of oorlogsgeweld verloren gaan, dan valt er niets te bewaren of te redden. Dan is er overmacht. De vraag die dan nog rest is of de trots en het budget groot genoeg zijn om dat verloren gegane erfgoed terug te halen.
 De Oirschotse kerk is in de in de vijftiende eeuw afgebrand en met extra luister weer opgebouwd tot de "kathedraal" die we nu kennen. In 1904 stortte de kerktoren in door aantasting van houtrot en knaagkevers. Geen kosten of moeite waren Oirschot te veel om deze Reus van de Kempen weer op te bouwen. Veertig jaar later ging de toren opnieuw te gronde.
Een Engelse voltreffer zette de toren en een ander projectiel van dezelfde bevrijders zette de kerk in lichterlaaie. Er restte niets dan smeulend hout en puin. Het Maria-altaar en het glas-in-lood raam van Maria waren op wonderbaarlijke wijze gespaars gebleven. Er werd niet gerust voordat kerk en toren weer volledig in de oude staat waren hersteld. Zoals vlijtige mieren hun behuizing telkens weer herstellen, zo heeft Oirschot nooit afgelaten zijn religieus erfgoed re restaureren als het verloren ging.
Maar de restauratie van de Oirschotse Sint Petruskerk is (nog) niet af. De schade van de Tweede Wereldoorlog is nog niet volledig hersteld; want van de in 1944 verbrande, prachtige koorbanken is nog niets teruggekeerd.
Bovenste deel toren klaar.
 Nu, ruim een nhalfjaar na de officiële start van de restauratie op 16 april 2009, is de top van de toren klaar. De haan en het kruis staan weer fier op de toren en het uurwerk is terug van weggeweest. Het torendak is van nieuwe leien voorzien en moet weer 80 jaar meegaan. De bovenste afdekrand van de toren is ook helemaal vernieuwd. Hier zijn donkergekleurde blikken Niedermenddiger basaltlava geplaatst. Deze natuurstenen blokken zijn zo zwaar dat hier een hoogwerker aan te pas moest komen.
Ijzer in de toren De scheuren in de baksteen en het natuursteen in de toren waren aanleiding om te kijken wat hiervan de oorzaak was. Al gauw bleek dat de toren bij de restauratie van de instorting in 1904 volgepropt is met ijzerwerk. Men was natuurlijk bang dat de toren ooit nog eens zou instorten. Als ijzer vochtig wordt, gaat het roesten en kan het zeven keer uitzetten. Gevolg: stenen barsten. Op diverse plaatsen zitten er meterslange ijzeren verbindingspennen (zogenaamde "doken") in de toren, zo diep als de muren. Deze zijn niet zo maar te verwijderen, dus zullen deze goed behandeld worden, zodat ze niet meer kunnen roesten. Op andere plaatsen wordt het ijzerwerk wel weggehaald, maar dit heeft geen gevolgen voor de stabiliteit van de toren.
 Dit is een monument om te bewaren.
|





|